Deze geschiedenis werd overgenomen uit het boek ‘Ontmoeting met Hamont-Achel, ons stadje vandaag’’; geschreven door Marius Degeest in opdracht van de stad Hamont-Achel.
Pas zeer laat in de geschiedenis duiken de benamingen Achel (1139) en Hamont (1257) op. Dat neemt niet weg dat Hamont en Achel al veel vroeger bewoond worden.
Een stenen silexbijl en een bronzen hulsbijl laten vermoeden dat Hamont al in de prehistorie bewoond was. Op meerdere plaatsen in Achel werden jachttuigen uit de steentijd teruggevonden. Op de Haarterheide (Hamont) werden 4 grafheuvels uit de bronstijd (2000-1000 voor Christus) blootgelegd. In het Pastoorsbos (Achel) werd een urnenveld uit de ijzertijd (vanaf 1000 voor Christus) ontdekt.
Uit de Romeinse Tijd (57 voor Christus – 476 na Christus) bezit Museum Grevenbroek een mooië collectie van 168 munten, in Achel op de hoefkens gevonden.
In Hamont, in de buurt van de Kiekoet, werden een Romeins grafveld en een Romeinse nederzetting blootgelegd.
In Hamont-Lo, bij het station van Hamont, werd een Romeins grafveld ontdekt. Ook aan de kettingbrug (Hamont-Lo) werden Romeinse woonresten gevonden.
In de Middeleeuwen (5de – 16de eeuw) maken Hamont en Achel oorspronkelijk (tot 1338) deel uit van het kerkelijk domein dat toebehoorde aan het Maastrichtse Sint-Servaaskapittel en de vroegere gemeenten Hamont, Achel en Sint-Huibrechts-Lille omvatte.
Het Sint-Servaaskapittel van Maastricht sticht de parochie Achel. In een pauselijke bulle van 1139 daagt de naam Achel (‘ecclesia de Achilé’: kerk, parochie van Achel) voor het eerst op.
Oorspronkelijk voert het kapittel de rechtspraak, duidt de schout en de schepenen (plaatselijke rechters) aan, heft jaarlijkse cijnzen (soort grond-belastingen), benoemt de geestelijken.
Om hun gezag over en in de streek te handhaven doen de kanunniken een beroep op een plaatselijke hooggeplaatste, een voogd. Deze voogd eigent zich vanaf ca. 1250 meer en meer macht toe.
Uiteindelijk verkoopt het kapittel in 1338 het kerkelijk domein aan de wereldlijke voogd Willem III van Boxtel. Het domein wordt de onafhankelijke heerlijkheid Grevenbroek (de eerste vermelding van de naam Grevenbroek dateert uit 1364).
De heerlijkheid gaat van dan af van heer tot heer (verkocht in 1356 en 1360) en wordt in 1380 aangekocht door Robrecht van Arckel die zich als eerste ‘Heer van Grevenbroek’ laat noemen.
Het belang van Achel in deze periode van de geschiedenis staat buiten kijf. In Achel trekt Willem van Boxtel een versterkte burcht op waarvan de ruïnes ons de grootheid en het rijke verleden laten vermoeden.
Uit deze periode (14de of 15de eeuw) dateert ook de Tomp. De restanten van dit monument, niet meer dan 2 bouwlagen en wat fragmenten van de 3de laag, werden in 1968-69 opgetrokken, vertrekkend van de stelling dat de Tomp een primitieve vluchttoren van de heerlijkheid Grevenbroek is.
IN 1432 wordt het klooster Catharinadal (Achel) opgericht. Tot 1798 (de Franse omwenteling) geven de zusters franciscanessen hier onderricht aan de kinderen van het dorp. De school groeit uit tot een gewaardeerde kostschool voor meisjes. Maar ook Hamont bewijst zijn historisch belang. Nog voor 1396 geeft burchtheer Robrecht van Renswoude territoriale voorrechten en vrijheden aan het dorp Hamont dat aldus ‘stad’ werd. Hamont was in die tijd een belangrijk handels- en nijverheidscentrum met een eigen stadhuis, verkoophal en marktplein. Ook in Hamont (op de hoek van de huidige Brouwerstraat en Burg) lag destijds (14de eeuw?) een uitgebouwde burcht.Rond de stad worden in de loop van de 14de eeuw wallen opgetrokken en grachten gegraven. Er functioneert tot aan de Franse Revolutie (1789-1815) een schepen bank: een plaatselijk rechtscollege van 7 schepenen.
Na een gewapend conflict verliest Grevenbroek in 1401 zijn zelfstandigheid. Grevenbroek is van dan af aan een afhankelijk leen van de prins-bisschop van Luik (die zich ook de graaf van Loon toeeigent). De Heren van Grevenbroek worden vazallen maar zullen hun heerlijkheid nog tot 1585 eigenmachtig besturen.
Dan wordt Grevenbroek in volle eigendom aangekocht door de prins-bisschop van Luik. Het is het definitieve einde van de heerlijkheid Grevenbroek.
Vanaf 1585 valt de geschiedenis van Hamont en Achel samen met de geschiedenis van het prinsbisdom Luik. De stad Hamont behoort tot de goede steden van het land van Luik. De drossaard, de hoogste ambtenaar, behartigt de rechten van de prins-bisschop.
De 16de en 17de eeuw kenmerken zich door lange oorlogen en vele vijandelijke bezettingen. Een tijd van veel ellende en armoede voor het gewone volk. Een tijd ook van talloze epidemieën. De Teutenhandel komt op: kooplui ondernamen lange, zowat 9 maanden durende handelsreizen naar vooral Duitsland en Nederland om er hun koopwaar (koper, textiel,…) te slijten of ambachtelijke diensten aan te bieden.
In 1756 wordt Hamont door een grote brand geteisterd. De Budelpoort en 31 huizen (zowat de helft van de stad) worden verwoest.
In 1776 geeft de prins-bisschop Achel (en Sint-Huibrechts-Lille) in erfpacht aan Jeanne Catherine de Pirons de Baelen, weduwe van baron Edmond Dieudonné de Hubens (U1768). Zij oefent van dan af symbolisch enkele rechten die aan de prins-bisschop of zijn afgevaardigde, de drossaard, toekwamen, uit.
Haar schoonzoon, Pieter Godfried de Leonaerdts (1763 – 1831), wordt na haar dood de 2de en laatste ‘Heer van Achel en Lille’. Hij bouwt het kasteel Genenbroek aanzienlijk uit. De gemeente Achel neemt, uit erkentelijkheid voor zijn verdiensten zijn wapen aan als wapenschild van de gemeente.
In de Franse Tijd (1792 – 1815) worden Hamont en Achel bezet door het revolutionaire Frankrijk. In 1795, bij definitieve inlijving van onze gewesten, verliest Hamont zijn stadstitel (uitvoering van het Decreet van 2 Brumaire An II – 23 oktober 1792). Achel wordt kantonhoofdplaats over 7 gemeenten, waaronder Hamont.
In de 18de en 19de eeuw groeien Hamont en Achel uit tot belangrijke centra voor de Teutenhandel. De aanzienlijke rijkdom van de Teuten uit zich in nu nog bestaande majestueuze herenhuizen. In 1804 bouwen enkele ondernemende Teuten, op initiatief van de gemeente Hamont, de stenen Napoleonsmolen. Het is de eerste vrije molen. Tot dan toe waren de inwoners verplicht hun graan te laten wegen in het waaghuis (de Achelse Waag) en te laten malen op een dwang- of banmolen van Grevenbroek.
In de Hollandse Tijd (1815 – 1830) maken Hamont en Achel deel uit van het Koninkrijk der nederlanden.
De periode van de Belgische onafhankelijkheid (vanaf 1830) is een periode van nieuwe bloei, zowel op wereldlijk als op religieus vlak.
In de 19de en 20ste eeuw ontwikkelen zich heel wat nu verdwenen nijverheden zoals steenbakkerijen, weverijen, leerlooierijen, sigarenfabriken, een strohulzenfabriek. De in 1853 in de oude afspanning De Posthoorn opgerichte wasblekerij groeit uit tot kaarsenfabriek.
Ondanks alle industriële bedrijven blijven Hamont en Achel in hoofdzaak agrarische gebieden.
In 1833 wordt Hamont de hoofdplaats van het dekenaat Hamont. In 1839 vestigen de zusters ursulinen zich in Hamont. In 1846 wordt de priorij gesticht die wij kennen als het trappistenklooster de Achelse Kluis.
Na 1850 groeit het stadje Hamont uit zijn wallen. Voor 1851 worden de stadspoorten gesloopt. In 1861 wordt de sloot aan de Achelpoort gedempt, in 1910 aan de Budelpoort (richting ursulinenklooster). In 1953-54 worden de grachten gedempt.
Het laatste stuk wal (van Budelpoort tot Burg) verdwijnt in 1954-55 bij de aanleg van de betonnen ring (de huidige Wal en Burg) rond het ‘oude Hamont’.
In de jaren 1965-66 bouwt de n.v. Luiker en Limburger IJzeren Weg in Achel-Statie een nieuw stationscomplex. Het wordt uitgebaat door de Nederlandse Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. Dit reusachtige complex ligt aan de basis van de gemeenschap en de parochie Achel-Statie (1950). Het station wordt tot 1948 gebruikt voor reizigersvervoer, tot 1960 voor goederenvervoer.
Ook in Hamont zorgt de bouw van een grensstation op de lijn naar Mönchen-Gladbach (1879) voor ontsluiting van de Noorderkempen. Als eindpunt in het binnenland en tussenstop naar Nederland en Duitsland zorgt het station, met in 1914 nog 54 sporen, voor heel wat bedrijvigheid. De komst van de lijn Tongeren-Aken (door de Duitsers aangelegd in Wereldoorlog I) doet het Hamontse station en de ‘IJzere Rijn’ aan betekenis inboeten. In 1955 valt het reizigersvervoer weg. In 1976 wordt het station gesloopt.
In 1889 komen de zusters augustinessen (zwartzusters) naar Hamont om er zich te wijden aan de verzorging van zieken en bejaarden.
In Achel maken de zusters jozefienen zich van 1897 tot 1987 verdienstelijk, voornamelijk op het vlak van basis- en beroepsonderwijs.
In 1902 vestigen de eerste Duitstalige salvatorianen zich op het Lo. Al vrij snel openen de paters salvatorianen een lagere school. Het Salvatorcollege wordt in 1925 opgericht en groeit na wereldoorlog II uit tot een moderne middelbare school.
In 1963 wordt de kerk Heilige Kruisvinding Achel-Statie en in 1964 de Salvator-Mundikerk Hamont-Lo ingewijd.
De Loonse stad Hamont en het groene dorp Achel worden bij Koninklijk Besluit van 17 december 1975 op 1 januari 1977 gefusioneerd. Hamont-Achel (4.365 ha 97 are en 32 ca) grenst vandaag aan zijn buurgemeenten Neerpelt (zuidwesten en westen), Bocholt (zuiden), Cranendonck (oosten), Leende-Heeze (noorden) en Valkenswaard (noordwesten).
De nieuwe gemeente Hamont-Achel is bij de fusie nog geen stad. De Franse bezetter had Hamont zijn stadsrechten ontnomen. Bij wet van 19 juli 1985 kreeg de gemeente haar historische stadstitel terug, samen met de andere voormalige Loonse steden.
Elke gemeente, elke stad heeft een wapenschild en vlag. Deze symbolen hebben meestal een historische en heraldieke (wapenkundige) achtergrond.
Het Gemeenteraadsbesluit van 26 september 1985 waarbij het wapen en vlag werden vastgesteld, werd bij Ministrieel Besluit van 2 december 1985 door Gemeenschapsminister van Cultuur, Karel Poma, bekrachtigd.
‘De vlag is verticaal gedeeld. Het linkergedeelte telt 10 even brede banen geel en rood. Het rechtergedeelte is wit met rode gekanteelde en tegengekanteelde dwarsbalken. Dit rechtergedeelte verwijst naar het embleem van de familie Grevenbroek’.
Ook in het wapenschild zit een brok geschiedenis van Hamont en Achel.
‘Het linkergedeelte is het dwarsgebalkte wapen van loon (Hamont behoorde tot de Loonse steden). Het bestaat uit 10 balken goud en 10 balken keel (rood). Het rechtergedeelte bestaat uit 2 gekanteelde en tegengekanteelde dwarsbalken keel op een zilveren achtergrond. Het is het wapen van de familie van Arckel. Robrecht van Arckel, voogd, liet zich voor het eerst ‘Heer van Grevenbroek’ noemen.
Het schild is gestopt met een aanzienlijke helm van zilver, getralied, gehalsband en omboord met goud, gevoerd en gehecht van lazuur (blauw), met een wrong van goud en van keel, en met dekkleden rechts van goud en van keel, links van zilver en keel. Op de helm een merloen van keel’.